Kledingbank Teylingen helpt 300 mensen

‘We hopen dat we ooit overbodig worden’

Broeken, truien, bloesjes en jurken hangen keurig gesorteerd op maat in kledingrekken. Je waant je bijna in een gewone kledingzaak, verschil is dat hier geen kassa staat. De Kledingbank Teylingen voorziet inmiddels zo’n driehonderd mensen van kleding. ‘Soms hebben ze al jaren geen nieuwe kleren gekocht.’

Elke donderdagmiddag is de Kledingbank geopend, van half twee tot half vijf. En ongeveer eens in de maand op zaterdag. Nieuwe klanten moeten soms eerst even over hun schroom heen. Ze treffen hartelijke vrijwilligers die daarbij helpen. ‘Vaak loop ik dan even mee, geef ik wat uitleg. Dan zijn ze er meestal snel overheen’, vertelt vrijwilliger Gerda van Dam. De vrijwilligers zien dat er dankbaar gebruik wordt gemaakt van de Kledingbank. ‘Soms hebben ze al jaren geen nieuwe kleren gekocht’, weet de Voorhoutse Antoinette Breedijk, bestuurslid van de stichting Kledingbank Teylingen. Gerda: ‘Pas vond een mevrouw hier een jas, ze ging weer zo blij weg! Ook merk ik dat mensen het leuk vinden om even te snuffelen. Als je geen geld hebt, doe je dat niet zo gemakkelijk in het dorp: je kunt toch niets kopen.’ De Kledingbank werd in 2013 opgericht, nadat vrijwilligers van de Voedselbank Teylingen signaleerden dat veel van hun klanten ook behoefte hadden aan kleding. In de krant verscheen een oproep voor mensen die zo’n initiatief zouden kunnen opzetten. ‘Toen ik die oproep las, dacht ik: hier wil ik aan bijdragen’, vertelt Antoinette. Madeleine Heidenrijk uit Lisse was zich in die tijd aan het bezinnen op actie. ‘Ik zag dat er in Nederland armoede aan het ontstaan was. En dat ook kinderen daarvan de dupe waren. Het leek me niet zo zinvol om van afstand te roepen hoe erg ik dat vond. Ook geld overmaken leek me niet voldoende, ik wilde echt iets doen. Toen las ik die oproep.’

Brandweerkazerne

De stichting betrok in april 2013 een ruimte van de gemeente Teylingen, bij de brandweerkazerne in Sassenheim. ‘Die werd snel te klein. We mochten toen gebruik maken van de kantine van de brandweer’, vertelt Antoinette. Madeleine: ‘Het was heel primitief. De toiletten fungeerden als paskamers. En omdat de ruimte meerdere gebruikers had, moesten we steeds alle kratten met kleding weer stapelen.’ Daarna stelde de gemeente een grotere ruimte beschikbaar, nog steeds in het gebouw van de brandweerkazerne. De ruimte werd ingericht: er kwam een trap, er werden kledingrekken geregeld en paskamers gemaakt. Ook werd de behoefte geïnventariseerd, vertelt Madeleine. ‘We moesten kijken wie kleding nodig had. Dat ging om veel meer mensen dan alleen de klanten van de Voedselbank. We hebben ervoor gekozen om niet zelf te beoordelen. Tenslotte moeten de mensen al vaak genoeg hun financiën overleggen.’ Antoinette: ‘Daarom kunnen hulpverleners de klanten bij ons aanmelden. Hulpverlenende organisaties kunnen zijn: GGZ-instellingen, Vluchtelingenwerk, schuldhulpverlening, kerken, voedselbanken. Als zij aangeven dat het nodig is, dan nemen wij dat aan. Wanneer mensen boven de grens zitten voor de Voedselbank, mogen ze nog een jaar lang bij ons komen. Het kan wel zijn dat je net genoeg hebt om eten te kopen, maar dat betekent niet dat je meteen genoeg hebt om kleding van te kopen.’ In nog geen drie jaar tijd is de klantenkring uitgegroeid tot zo’n driehonderd personen, waarvan honderd kinderen. ‘We helpen niet alleen mensen uit Teylingen, maar uit de hele Duin- en Bollenstreek. De dichtstbijzijnde kledingbanken vind je in Leiden en Amstelveen’, vertelt Madeleine Iedereen mag zestig stuks per jaar uitzoeken, vertelt Antoinette. ‘Dat is best veel. Maar we kunnen het uitgeven, dus waarom zouden we het niet doen?’ Soms worden extraatjes uitgedeeld, zoals handdoeken of gordijnen. Gerda: ‘Van de kindergemeenteraad kregen we geld om ondergoed en sokken te kopen. Dat geven we niet tweedehands uit. En atelier het Bollenpalet kwam laatst mutsen en sjaals brengen die hun cliënten zelf hadden gebreid. Zo leuk!’

Noodopvang

Toen Teylingen in oktober noodopvang leverde aan vluchtelingen, was er met spoed kleding nodig en heeft de gemeente een beroep gedaan op de Kledingbank. De vrijwilligers zijn zich ervan bewust hoe hoog de nood is bij vluchtelingen. Madeleine: ‘Er was een gezin met vier kinderen uit Syrië. Zij bezaten niets meer dan wat ze op dat moment aan hun lijf hadden.’ Elke dinsdag komt de innameploeg kleding uitzoeken. Wat niet door de keuring komt, wordt gerecycled. Daar ontvangt de stichting ook een bedrag voor, waar de vaste lasten van betaald worden. Madeleine: ‘We willen dat hier echt goede kleding hangt.’ Er komt veel kleding binnen, vertelt ze. ‘Mensen weten ons te vinden en dragen ons een warm hart toe. Ze kunnen de spullen bij ons afgeven tijdens de openingstijden. Als het een of twee zakken zijn, dan mag dit ook bij kledingwinkel Shoeby in Sassenheim. Er komt vooral dameskleding binnen. Aan kinderkleding is meer behoefte. Niet zozeer aan babykleding, wel aan grotere kindermaten. Daar willen we een aparte ruimte voor inrichten.’ De stichting telt inmiddels 25 vrijwilligers. Taken variëren van bestuur tot aan inname of uitgifte van kleding. Het blijft mooi werk, zegt Madeleine. ‘Vrijwilligerswerk doe je ook voor jezelf. Je ziet het resultaat van wat je doet. Je merkt dat je een verschil kunt maken.’ Antoinette: Al blijven we hopen dat we ooit overbodig worden.’

  deel dit artikel!

Burgemeester Carla Breuer bezocht onlangs de Kledingbank Teylingen. ‘Ik trof vrouwen van de wereld, die klaarstaan voor mensen die het minder breed hebben. Het zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar als het dan toch moet, dan graag zo goed en liefdevol georganiseerd als in Sassenheim.”

Verhalenkaravaan Teylingen
Verhalenkaravaan Teylingen