‘Je hoort vaak dat het achteruitgaat na een fusie, dat is hier toch niet zo’

De gemeente Teylingen bestaat tien jaar.

Drie historische verenigingen blikken terug op de samenvoeging. Hoe was de stemming van tevoren? Wat heeft het de dorpen gebracht? En hebben ze hun identiteit weten te behouden?

 

Een grote groep Warmonders streed vóór behoud van de zelfstandigheid, herinnert André van Noort van Warmelda zich. ‘Zeker toen aansluiting bij Leiden ter sprake kwam. Men zag alle polders al volgebouwd worden. Ik denk zelf dat de herindeling onvermijdelijk was. De gemeente was te klein om het te redden in een steeds complexer wordende samenleving.’

Ook in Voorhout was de stemming vooraf negatief, vertelt Emiel van der Hoeven (Historische Kring Voorhout). ‘De mensen hier waren fervent tegenstander. Zelf ben ik het er nog steeds niet mee eens, ik denk dat Voorhout wel overeind had kunnen blijven. Maar ja: het feit ligt er nu eenmaal.’

Gijs Overvliet van Stichting Oud Sassenheim stelt dat de fusie in zijn dorp minder gevoelig lag. ‘Misschien omdat er altijd veel mensen van buiten hebben gewoond. Bovendien vormden Sassenheim en Voorhout in de Franse tijd ook al één gemeente. Na 1816 is er weer een grens getrokken tussen de dorpen.’ 

Gemis

En hoe is de fusie uitgepakt? André: ‘Warmond is het gemeentehuis, de gemeentewerf en het politiebureau kwijt. Toch wel een gemis. Een tijdlang was er minder contact met het gemeentebestuur, zeker omdat er geen wethouder meer uit Warmond kwam. Dat is nu gelukkig anders.’

Emiel: ‘Er zijn wethouders van buiten geweest, bij wie de kennis en de betrokkenheid ver te zoeken was. Dat geldt ook voor ambtenaren. Je merkt je dat de afstand groter is geworden. Vroeger kon je bij wijze van spreken zo binnenlopen bij de burgemeester of wethouder. Als ik nu voor een vereniging op het gemeentehuis kom, moet ik eerst uitleggen wie we zijn.’

Alle verenigingen vinden het jammer dat het monumentenbeleid na de fusie is aangepast. ‘Het heeft het beleid geen goed gedaan’, stelt Emiel. Gijs: ‘Meer dan de helft van de monumenten is geschrapt.’ André: ‘Ik vraag me wel eens af wat er was gebeurd als we toch hadden aangesloten bij Leiden. De gemeente heeft een goed erfgoedbeleid. Als er iets wordt afgebroken, volgt er meteen archeologisch onderzoek. Hier is men nog niet zo ver.’

Ze signaleren dat de samenvoeging ook goede dingen heeft gebracht. ‘Nadelen noemen is altijd gemakkelijker. Je hoort vaak dat het achteruitgaat na een fusie, dat is hier toch niet zo’, stelt Emiel. André: ‘Teylingen heeft echt geïnvesteerd in Warmond, denk maar aan de Brede School en Koudenhoorn. Dat terwijl de belastingen niet extra zijn gestegen, het financiële beleid is op orde. Wel zijn de subsidies voor verenigingen teruggeschroefd, daar is wat onvrede over. Wat wij als Warmelda waarderen, is dat de namen van de oorlogsslachtoffers nu op het monument staan. Daar heeft de vorige burgemeester zich voor ingezet.’ 

Eigen karakter

De mannen zijn het erover eens dat elk dorp zijn eigen karakter heeft behouden. In Warmond is altijd meer stedelijke invloed geweest, stelt André. ‘In de zeventiende en achttiende eeuw kreeg je hier buitenplaatsen en vanaf 1900 kwam de elite uit Den Haag hier watersporten. De invloeden zie je terug in de bouw, maar ook qua mentaliteit: men is tolerant. Er is heel veel import, mensen zijn altijd goed opgenomen. Veel mensen zijn actief in het sociale leven.’

Dat is ook het geval in Voorhout, vindt Emiel. ‘Er zijn veel verenigingen, die elkaar versterken. Er is veel kruisbestuiving. De Oranjevereniging is daarbij vaak de verbindende factor. Sinds ik hier kwam wonen, in 1973, is Voorhout gegroeid van 6500 naar 15000 inwoners. Dat is wel voelbaar. Voorhouters zijn eigenwijs. Niet voor niets heet het monument bij de kerk De Dwarsdrijver. Het bestaat uit negen tulpen: acht zijn er naar de zon gericht, de negende buigt de andere kant op. Dat is de Voorhouter.’

In Sassenheim bestond lang een echte bollencultuur, stelt Gijs. ‘De mensen waren een beetje naar binnen gericht. In andere dorpen werd dat wel eens gezien als hooghartigheid. Maar ik ken het als gezellig dorp. Later is er veel bijgebouwd, nu is het meer een forensengemeente. Er is minder verbondenheid. Anderzijds proef ik bij nieuwe inwoners ook veel interesse als het gaat om geschiedenis: ze willen weten hoe hun straat er vroeger uitzag en hangen een oude foto in de gang.’

Over de onderlinge samenwerking zijn de drie goed te spreken. Gijs: ‘Zo hebben we samen de bruggen in Teylingen geïnventariseerd. En als het over de Ruïne van Teylingen gaat, die officieel in Voorhout staat, worden wij ook altijd betrokken.’ Emiel: ‘We willen niet samengaan, maar hebben bijvoorbeeld wel een gezamenlijk webportaal.’ André: ‘We komen eens per jaar bij elkaar als verenigingen. En ook tussentijds weten we elkaar te vinden. Je moet elkaar zien te versterken.’ 

  deel dit artikel!

Burgemeester Carla Breuer: ‘Teylingen bestaat tien jaar. Ik wilde graag weten hoe de historische verenigingen daarop terugkijken. Voor de gemeente is hun blik leerzaam: hun doel is de geschiedenis door te vertellen en de historische kenmerken van de dorpen te bewaken. We vinden het belangrijk dat ze zich gehoord voelen, net als iedereen in de gemeente. Wekelijks nodigen we inwoners, verenigingen en ondernemers uit om met ons samen te werken aan plannen voor de dorpen. Mijn deur staat altijd open, dat verwacht ik ook van onze medewerkers. Samenwerking is waar ik voor sta. Zo kunnen we zorgen dat de drie dorpen samen één sterke gemeente vormen.’

Verhalenkaravaan Teylingen
Verhalenkaravaan Teylingen